Veere, doorvoerhaven voor leeuwen

Een leeuw voor de koning van Schotland, 1474
Tijdens een speurtocht op de site van het Zeeuws Archief stuitte mede-onderzoeker Michiel van Wijngarden op een zeer interessante bron. Het is een stuk in het archief van de Heren van Veere, 1359-1590 (toegangsnummer 2750). Binnen dit toegangsnummer is inventarisnummer 408 een brief van Hendrik van Borsele, heer van Veere, aan Jacobus III, koning van Schotland, waarin hij hem meedeelt dat hij hem de aan de schipper Hendrik Adriaansz. mee gegeven jonge leeuw schenkt en hem verzekert van zijn vriendschap (1474). Zie de afbeeldingen. Veere had in deze tijd een bloeiende handel met Schotland (o.a. wol) en het was er de Heeren van Veere dus veel aan gelegen om goede betrekkingen te hebben met de koning van Schotland.

Deze vondst is sensationeel! Drie jaar vóór het Kamper raadslid Rotger Scheer in een Zeeuwse haven twee jonge leeuwen ophaalde (1477), kwam in de haven van Veere ook een leeuw aan! Zijn de twee leeuwen van Kampen ook via Veere in de Nederlanden aangekomen? Wellicht met dezelfde Zeeuwse handelaar die handelde met Portugese kooplui. Wie was deze Zeeuwse handelaar en wie waren de Portugese kooplui?

Op basis van deze verrassende vondst contacteerden wij het Zeeuwse Archief. Wij kwamen vervolgens voor nog een grote verrassing te staan. Het Zeeuwse Archief blijkt een goudmijn te zijn, wat ons betreft.

Een jong leeuwenpaar voor Karel de Stoute, 1469
Niet alleen blijkt het Zeeuws Archief goed gedocumenteerd en georganiseerd, ook zijn de medewerkers van het Zeeuws Archief bereid geweest vragen van ons te beantwoorden en aanvullende informatie te verschaffen. Met name de heer Ivo van Loo bleek over veel kennis te beschikken. Hij liet ons weten dat het bovengenoemde stuk (zie illustraties) ook vermeld is in M. Damen, De staat van dienst. De gewestelijke ambtenaren van Holland en Zeeland in de Bourgondische periode (1425-1482) (Hilversum, 2000), p. 284, noot 43. Hij benadrukte dat bron en publicatie niet eenduidig zijn of de jonge leeuw werd aangeboden aan de Schotse koning Jacobus II of Jacobus III.

Hij had ook nog een verrassing voor ons. “Verder is in dezelfde publicatie op gelijke plaats vermeld dat er al eerder sprake was van leeuwen in Zeeland, in het bijzonder in Veere. In augustus 1469 verbleef Karel de Stoute op Walcheren in verband met zijn huldiging en de toekenning van een nieuwe bede door de Staten van Zeeland. Hij resideerde op Hendrik van Borselens kasteel Zandenburg buiten Veere. De gastheer offreerde Karel een voor deze gelegenheid koninklijk cadeau: een jong leeuwenpaar.” (Bron: email van dhr Ivo van Loo aan ondergetekende d.d. 29 mei 2017).

Een leeuwenpaar! Niet alleen kwam er in 1474 een jonge leeuw in Veere aan, die aan de koning van Schotland werd aangeboden, maar zelfs nóg eerder, in 1469, een leeuwenpaar. De ontvanger was Karel de Stoute, zoon van Filips de Goede en… Isabel van Portugal(sic!). Portugal?! Er kondigt zich hier wellicht een nieuwe onderzoeksterrein aan. Sinds de heerschappij van Filips de Goede (geb. Dijon, 1396 – overl. Brugge, 1467) lag het economische zwaartepunt van het Bourgondische Rijk in de Lage Landen (m.n. Vlaanderen). We komen hier nog op terug, maar nu eerst verder met de leeuwen in Zeeland, Veere.

Filips de Goede (geb. Dijon, 1396 – overl. Brugge, 1467)

Isabel van Portugal, echtgenoot van Filips de Goede (1397 – 1472)

Karel de Stoute, zoon van Filips de Goede en Isabel van Portugal (1433 – 1477)

Kaart van Bourgondië, 1477

 

 

 

 

 

 

 

Zeeland, Veere
Het lijkt er sterk op dat Veere een cruciale rol heeft gespeeld in het vervoer van leeuwen naar de Nederlanden. Onze aanvankelijke inschatting dat vier Zeeuwse havensteden hiervoor in aanmerking komen – Middelburg, Arnemuiden, Zierikzee en Veere – gaf de heer van Loo aanleiding tot het volgende commentaar:

“Zoals u terecht schrijft zijn hiervoor vier havensteden die in aanmerking komen Middelburg, Arnemuiden, Zierikzee en Veere. Zierikzee was een belangrijke haven in de vijftiende en zestiende eeuw, net als Middelburg. Arnemuiden was eigenlijk verreweg de belangrijkste haven, als voorhaven van de Zeeuwse hoofdstad en ankerplaats van de befaamde Walcherse rede. Veere komt echter het meest in aanmerking. Alle gegevens beschouwd, is het niet ondenkbaar dat we niet zozeer aan incidentele handel in leeuwen moeten denken maar aan het bestaan van een menagerie op slot Sandenburg, een zeer belangrijk hof van de Bourgondiërs dat eigendom was van de machtige Zeeuwse edelman Hendrik van Borselen.” Laatstgenoemde, heer van Veere, is degene die de koning van Schotland een leeuw aanbood, in 1474 (zie hierboven).

Een collega onderzoeker van de heer van Loo, de kunsthistorica Katie Heyning, is de bron van de volgende belangrijke informatie. Filips de Goede bezat in Hof ten Walle in Gent een leeuwen- en wilde dierenkooi met luipaarden, beren, leeuwen en andere wilde dieren (zie: Walter Prevenier, Prinsen en poorters. Beelden van de laat-middeleeuwse samenleving in de Bourgondische Nederlanden 1384-1530 (Antwerpen, 1998). Dhr van Loo besluit zijn email met een hypothese: “Bewijzen hebben we niet, is het niet aannemelijk dat Hendrik van Borselen ook zo’n tuin bezat? De leeuwen en eventueel andere exotische dieren zouden zeer wel kunnen zijn aangebracht door de intensieve handel met de Zuid-Europese landen Portugal en Spanje. Zeeland met de machtige Walcherse rede was de toegangspoort van Noord-Europa met handelscontacten in alle windstreken.”

Een dierentuin in Veere? Wie weet. We verplaatsen ons onderzoek de komende tijd naar Walcheren, naar het Zeeuws Archief in Middelburg en met name de archieven van Veere.
Alleen al het oud-archief van Veere bevat 330 meter archief van de Heren van Borsele van Veere!
PS Aanvulling: Een gezaghebbende bron binnen het Zeeuws Archief spreekt dit laatste tegen (dat er 330 meter archief van de Heren van Veere zou bestaan) : “Dit klopt niet; 33 meter zou al veel zijn” (bron: dhr Ivo van Loo, 5 september 2017, te Middelburg).

NB Deze Deze posting over de leeuwen die werden aangeboden aan de koning van Schotland (1474) en aan Karel de Stoute (1469) werd eerder gepubliceerd in een algemeen overzicht van de onderzoeksresultaten in het derde jaar van deze blog.

Advertenties
Geplaatst in 1469, 1474, 1477, 15e eeuw, Arnemuiden, beren, Borsele, Bourgondische Nederlanden, Brugge, De Staten van Zeeland, exotische dieren, Filips de Goede, geschiedenis van Middelburg, heer van Veere, Heeren van Veere, Hendrik Adriaansz., Hendrik van Borsele, Heren van Veere, Hertog van Bourgondie, Hof ten Walle, Isabel van Portugal, Ivo van Loo, Jacobus II, Jacobus III, Kampen, Karel de Stoute, Katie Heyning, Lage Landen, Leeuwen, leeuwenverzorger, Lissabon, luipaarden, Michiel van Wijngaarden, Middelburg, Middeleeuwen, Nederlanden, Noordelijke Nederlanden, Oudste publieke dierentuin van Nederland, papagaaien, Portugal, Rekenkamer van Zeeland, Rotger Scheer, Sandenburg, Schotland, Veere, Vlaanderen, Vlissingen, Walcheren, Walter Prevenier, Wikipedia, Zandenburg, Zeeland, Zeeuws Archief, Zierikzee, Zuidelijke Nederlanden | Een reactie plaatsen

Het Hof ten Walle te Gent in de middeleeuwen (14e – 16e eeuw)

Het Hof ten Walle was de residentie van de burggraaf van Gent. Het bekendst is het echter als de geboorteplaats van Karel V (24 februari 1500) en sindsdien de Prinsenhof genoemd.

Het Hof ten Walle of Prinsenhof

Het hof is anno 2017 nagenoeg geheel verdwenen. Op Wikipedia, de moderne encyclopedie voor de internetgebruikers, lezen we hierover dat zich bij het Prinsenhof ook een (thans ontoegankelijke) Leeuwenhof bevond. Dit verwijst naar een dierentuin die hier al in de 14e eeuw bestond. In 1360 doodde een ontsnapte leeuw zelfs drie mensen. Een aantal leeuwen, door de bey van Tunis aan keizer Karel V  geschonken, kwam ook in het Leeuwenhof terecht. De dierentuin bleef bestaan tot in de 17e eeuw. In 1650 werden de gebouwen verkocht aan de Orde van de Ongeschoeide Karmelieten die de dierentuin omvormden tot kloostertuin (zie ook mijn posting van 16 mei 2016 over de hertog van Bourgondië – Filips de Goede – wiens leeuw in Gent werd gehouden).

Maar er is nog meer bekend over het Hof ten Walle. Met name de Gentse onderzoeker Daniël Lievois geeft ons meer informatie over het Hof ten Walle en zijn bewoners, weliswaar in de 16e eeuw, maar op basis van zijn historisch onderzoek komen we tot belangrijke conclusies. Lievois heeft onderzoek gedaan naar het Hof ten Walle en zijn bewoners ten tijde van het leven van Karel V (1500 – 1558) aan de hand van rekeningen van de ontvanger(-generaal) van Oost-Vlaanderen voor bouwwerken en onderhoudswerken aan het Hof ten Walle en het Leeuwenhof, in sommige gevallen van Gentse stadsrekeningen. Deze archiefdocumenten zijn aangevuld met en getoetst aan andere bronnen en archiefdocumenten (vermeld in zijn publicatie). Het mag oninteressant lijken oude rekeningen uit de middeleeuwen na te pluizen, maar Daniël Lievois’ werk toont aan dat achter deze rekeningen veel interessante informatie schuilt.

Daniël Lievois vermeldt op verschillende plaatsen het bestaan van leeuwenhokken en een berenhok of -kooi. Op p.156 heeft hij het over meerdere leeuwen en één beer. Ook op p.174 heeft hij het over meerdere leeuwen en slechts één beer (dit betreft het jaar 1539). Elders noemt hij negen leeuwen en drie linxen (p. 187) en twee papegaaien (p.191). Er is dus in zekere zin sprake van een dierentuin in het Hof ten Walle.

Interessant is zijn vermelding dat in 1514 de voornaamste werkzaamheden betrekking hadden op het Leeuwenhof. “Er werd een nieuwe grote drieledige dennenhouten toegangspoort met een kijkluikje aangebracht. De meester-timmerlieden Joos van Ooteghem en Joos Valkeman werkten herhaaldelijk aan de leeuwenhokken en herstelden de koffers waarin de jonge leeuwen naar keizer Maximiliaan in Innsbruck werden gezonden. Ook madame Marie, de toekomstige Maria van Hongarije, kreeg een zending met leeuwen en een leeuwin toegestuurd, wellicht naar aanleiding van haar vertrek op 2 mei naar Wien ter voorbereiding van haar huwelijk.” (p. 150).

Op p.159 vermeldt hij het uitlaten van de welpen (sic!) uit hun hokken. In 1530 ontsnapte de beer uit zijn kooi (p. 163). In 1547 bestond de inventaris van de dierentuin blijkbaar uit heel wat dieren: “De negen Ieeuwen en de beer hadden het gezelschap van drie lynxen (…)”; ook is er sprake van tenminste twee welpen (p. 187). Met dit laatste is aangetoond dat er zowel leeuwen als leeuwinnen aanwezig waren, maar dit was al eerder gebleken (zie hierboven, p. 150).
(Bron: Daniël Lievois, ‘Het Hof ten Walle te Gent ten tijde van Karel V’, pp. 135 – 191.)


NB Deze Deze posting over ‘Het Hof ten Walle te Gent’ werd eerder gepubliceerd in een algemeen overzicht van de onderzoeksresultaten in het derde jaar van deze blog. Met dank aan Michiel van Wijngaarden die mij op het Prinsenhof en het artikel van Daniël Lievois opmerkzaam maakte.

 

Geplaatst in 14e eeuw, 1500, 1558, 15e eeuw, 2017, beren, Daniël Lievois, de Bey van Tunis, eerste in gevangenschap in Nederland geboren leeuwen, exotische dieren, Filips de Goede, Gent, Hof ten Walle, Innsbruck, Joos van Ooteghem, Jos Valkeman, Kampen, Karel V, keizer Maximiliaan, Lage Landen, Leeuwen, Leeuwenhof, leeuwenverzorger, lynxen, Maria van Hongarije, Michiel van Wijngaarden, Middeleeuwen, Nederlanden, Noordelijke Nederlanden, Ongeschoeide Karmelieten, Oost-Vlaanderen, Oudste publieke dierentuin van Nederland, papagaaien, Prinsenhof, Vlaanderen, Wenen, Wien, Wikipedia, Zuidelijke Nederlanden | Een reactie plaatsen

Leeuwen op kasteel Rosendael in 1342

De jongste uitgave van het tijdschrift ‘Mooi Gelderland’ (zomer 2017) bevat een interessant artikel met de opmerkelijke titel: ‘Koning Leeuw regeerde op Rosendael’. Op dit artikel, van de hand van Aafje Groustra, is het volgende gebaseerd. Ik ben dank verschuldigd aan Michiel van Wijngaarden die mij op dit artikel attent maakte.

De auteur van ‘Koning Leeuw regeerde op Rosendael’ presenteert een verrassend feit: in 1342 liepen er op kasteel Rosendael (bij Arnhem) leeuwen rond…! De eer van deze vondst komt toe aan Aafje Groustra. Zij is historica en doet promotie-onderzoek naar de financiële huishouding van de hertogen van Gelre van 1423 tot 1500. Speciaal voor ‘Mooi Gelderland’ ging zij nog verder terug in de tijd, op zoek naar sporen van exotische dieren in Gelderland. En die heeft ze gevonden! Bij mijn weten is dit de oudste vermelding van leeuwen in de Noordelijke Nederlanden, maar wie weet zijn er nog andere bronnen met nog oudere vermeldingen.

Zoals ik eerder op dit blog heb geschreven, brachten vooral de Portugese en Spaanse ontdekkingen in de 15e en 16e eeuw een aanvoer van exotische dieren met zich mee. Religieuze en politieke machthebbers ontleenden prestige aan het bezit van exotische dieren. Het bijzondere aan de vondst van Aafje Groustra is dat er op kasteel Rosendael leeuwen rondliepen vér voor de Portugese expansie langs de kust van Afrika – na ongeveer 1440 – en de ontdekking van de Amerika’s (1492). Ook elders in de Nederlanden omringden vorsten, graven, hertogen en andere machtshebbers zich met exotische dieren, in eerste instantie uit gebieden rond de Middellandse Zee. Via handelaren, pelgrims en kruisvaarders was men bekend en min of meer vertrouwd geraakt met de mediterrane wereld en de exotische diersoorten in dit gebied.

De hertogen van Gelre hadden niet minder dan 24 kastelen, waarvan kasteel Rosendael hun favoriet was. Historica Aafje Groustra, spittend in Middeleeuwse archieven, ontdekte een document/tekst uit 1342 waarin over leeuwen wordt gesproken, alsook over het bestaan van een leeuwenverzorger (‘Peter’). In deze tijd voerde Reinoud II, hertog van Gelre en graaf van Zutphen, de scepter op kasteel Rosendael. In 1342 werden ongeveer 66 schapen aan de leeuwen gevoerd, zo las zij. Dit roept natuurlijk de vraag op hoeveel leeuwen er op kasteel Rosendael huisden. Helaas zijn uit die tijd veel documenten verloren gegaan – zowel hier in Gelderland als elders – zodat dat moeilijk is na te gaan. In 1818 schreef mr. Gerard van Hasselt echter een boek over kasteel Rosendael, ‘Roozendaal als de prachtigste bezitting van de Geldersche Graven en Hertogen’. Hij maakte daarbij gebruik van documenten die thans niet meer bestaan. Dit secondaire materaal (boek) is hierdoor dus een primaire bron geworden. Gerard van Hasselt vermeldt in zijn boek dat in 5 maanden tijd 114 schapen aan de leeuwen werden gevoerd. Aafje Groustra voert een berekening op, op basis van informatie over het eetgedrag en –patroon van leeuwen zoals verschaft door leeuwenverzorger Hennie Bremer van Burgers’ Zoo. Volgens deze berekening zouden er in de bewuste periode niet minder dan 16 leeuwen op kasteel Rosendael zijn geweest!

Dit aantal lijkt mij aan de hoge kant. Wie zegt dat alle gekochte 114 schapen daadwerkelijk door de leeuwen zijn verslonden? In een tijd dat armoede troef was onder de gewone bevolking is het aannemelijk dat er af een toe een schaap verdween in de magen van hongerige dorpelingen, lijfeigenen of horigen. Van Hasselt’s werk is ook omstreden. Collega-historici kritiseerden zijn methode en wezen op zijn beperkingen en onnauwkeurigheden. Hoe dan ook, het belangrijkste gegeven is dat er meerdere leeuwen op Rosendael waren. Ruim 130 jaar voordat Kampen zijn leeuwen ontving uit Portugal! Vermeldenswaard is nog dat er niet alleen leeuwen huisden op kasteel Rosendael, maar ook zwarte pauwen, sierzwanen, papegaaien, windhonden. Een hele dierentuin dus. Er zijn echter geen aanwijzingingen gevonden dat het publiek tegen betaling deze dieren kon bekijken, waarmee de ‘dierentuin’ een besloten karakter had (‘privé-dierentuin’).

Berberleeuw, Atlasleeuw of Barbarijse leeuw

Tot slot staan we nog even stil bij de herkomst van deze leeuwen van kasteel Rosendael. Het jaartal, 1342, in het midden van de 14e eeuw, maakt het erg onwaarschijnlijk dat het hier leeuwen uit Sub-Sahara Afrika betreft. De grote geografische ontdekkingen van Portugal en Spanje vonden pas vanaf de tweede helft van de 15e eeuw plaats. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen we dan ook stellen dat deze leeuwen op kasteel Rosendael Berberleeuwen uit Noord-Afrika – Marokko, Algerije, Tunesië – waren. Daar zijn ook andere aanwijzingen voor (zie hieronder.) De Berberleeuw, ook wel Atlasleeuw of Barbarijse leeuw genoemd, is in 1920 uitgestorven.

NB Deze posting over de ‘Leeuwen op Kasteel Rosendael in 1342’ werd eerder gepubliceerd in een algemeen overzicht van de onderzoeksresultaten in het derde jaar van deze blog.

Geplaatst in 'Mooi Gelderland', 1342, 1440, 1492, 14e eeuw, 1500, 15e eeuw, 16e eeuw, 1818, Aafje Groustra, Algerije, Arnhem, Atlasleeuw, Barbarijse leeuw, Berberleeuw, Burger's Zoo, exotische dieren, Gelderland, Gerard van Hasselt, Hennie Bremer, Kampen, Kasteel Rosendael, Leeuwen, leeuwenverzorger, Marokko, Michiel van Wijngaarden, Middeleeuwen, Nederlanden, Noordelijke Nederlanden, ontdekkingsreizen, papagaaien, Reinoud II, Roozendaal, Rosendael, Tunesie, Zutphen | Een reactie plaatsen

Derde ‘blog’-verjaardag: nieuwe onderzoeksresultaten

Afgelopen week is de derde verjaardag van dit blog bijna ongemerkt voorbij gegaan. Deze derde verjaardag is wellicht een goede reden even stil te staan bij de openstaande vragen – ‘Waar kwamen de leeuwen van Kampen vandaan?’ En: ‘Via welke Zeeuwse haven bereikten zij Kampen?’ – en bij de ‘oogst’ van onze onderzoeksactiviteiten gedurende het afgelopen jaar. De grote vraag die ik hier eerst aan de orde wil stellen is: ‘Zijn we iets opgeschoten met ons onderzoek?’

Om deze laatste vraag meteen te beantwoorden: Ja en Nee. Het is ons duidelijk geworden dat we in het Stadsarchief Kampen weinig nieuwe informatie zullen ontdekken die meer licht doet schijnen op de achtergrond, herkomst en het verdere leven van ‘de leeuwen van Kampen’. We zullen het onderzoek moeten voortzetten in Zeeland, Portugal of Lübeck. Toch heeft het afgelopen jaar veel nieuwe informatie en inzichten opgeleverd, vooral dankzij het internet-speurwerk van Michiel van Wijngaarden. Internet is een bijna onuitputtelijke bron van verrassende ontdekkingen en we hebben goede hoop dat er in de toekomst nog meer interessante archief- en/of internetvondsten te rapporteren zullen zijn.

Hieronder dan de oogst van het afgelopen jaar. Deze posting bevat alle resultaten van het onderzoeksjaar. De lengte van de integrale tekst is voor een totaaloverzicht wel handig, maar is niet gebruiks- of lezersvriendelijk. Daarom heb ik drie onderdelen ook afzonderlijk gepubliceerd: (1) Leeuwen op kasteel Rosendael in 1342; (2) Het Hof ten Walle te Gent (14e – 16e eeuw) en (3) Veere, doorvoerhaven voor leeuwen.

Leeuwen op kasteel Rosendael in 1342
In de nieuwste uitgave van het tijdschrift ‘Mooi Gelderland’ (zomer 2017) staat een interessant artikel met de pakkende titel: ‘Koning Leeuw regeerde op Rosendael’. Hieraan is de volgende informatie ontleend.

De eerste vermelding van leeuwen op kasteel Rosendael (bij Arnhem, in Gelderland) dateert van …. 1342! De eer van deze vondst komt toe aan Aafje Groustra. Zij is historica en doet promotie-onderzoek naar de financiële huishouding van de hertogen van Gelre van 1423 tot 1500. Speciaal voor ‘Mooi Gelderland’ ging zij nog verder terug in de tijd, op zoek naar sporen van exotische dieren in Gelderland. En die heeft ze gevonden! Bij mijn weten zijn dit de oudste vermeldingen van exotische dieren in de Noordelijke Nederlanden, maar wie weet zijn er nog andere bronnen met nog oudere vermeldingen van exotische dieren.

Zoals ik hiervoor heb geschreven, brachten vooral de Portugese en Spaanse ontdekkingen in de 15e en 16e eeuw een aanvoer van exotische dieren met zich mee. Religieuze en politieke machthebbers ontleenden prestige aan het bezit van exotische dieren. Het bijzondere aan de vondst van Aafje Groustra is dat er op kasteel Rosendael leeuwen rondliepen vér voor de Portugese expansie langs de kust van Afrika – na ongeveer 1440 – en de ontdekking van de Amerika’s (1492). Ook elders in de Nederlanden omringden vorsten, graven, hertogen en andere machtshebbers zich met exotische dieren, in eerste instantie uit gebieden rond de Middellandse Zee. Via handelaren, pelgrims en kruisvaarders was men bekend en min of meer vertrouwd geraakt met de mediterrane wereld en de exotische diersoorten in dit gebied.

De hertogen van Gelre hadden niet minder dan 24 kastelen, waarvan kasteel Rosendael hun favoriet was. Historica Aafje Groustra, spittend in Middeleeuwse archieven, ontdekte een document/tekst uit 1342 waarin over leeuwen wordt gesproken, alsook over het bestaan van een leeuwenverzorger (‘Peter’). In deze tijd voerde Reinoud II, hertog van Gelre en graaf van Zutphen, de scepter op kasteel Rosendael. In 1342 werden ongeveer 66 schapen aan de leeuwen gevoerd, zo las zij. Dit roept natuurlijk de vraag op hoeveel leeuwen er op kasteel Rosendael huisden. Helaas zijn uit die tijd veel documenten verloren gegaan – zowel hier in Gelderland als elders – zodat dat moeilijk is na te gaan. In 1818 schreef mr. Gerard van Hasselt echter een boek over kasteel Rosendael, ‘Roozendaal als de prachtigste bezitting van de Geldersche Graven en Hertogen’. Hij maakte daarbij gebruik van documenten die thans niet meer bestaan. Dit secondaire materaal (boek) is hierdoor dus een primaire bron geworden. Gerard van Hasselt vermeldt in zijn boek dat in 5 maanden tijd 114 schapen aan de leeuwen werden gevoerd. Aafje Groustra voert een berekening op, op basis van informatie over het eetgedrag en –patroon van leeuwen zoals verschaft door leeuwenverzorger Hennie Bremer van Burgers’ Zoo. Volgens deze berekening zouden er in de bewuste periode niet minder dan 16 leeuwen op kasteel Rosendael zijn geweest!

Dit aantal lijkt mij aan de hoge kant. Wie zegt dat alle gekochte 114 schapen daadwerkelijk door de leeuwen zijn verslonden? In een tijd dat armoede troef was onder de gewone bevolking is het aannemelijk dat er af een toe een schaap verdween in de magen van hongerige dorpelingen, lijfeigenen of horigen. Van Hasselt’s werk is ook omstreden. Collega-historici kritiseerden zijn methode en wezen op zijn beperkingen en onnauwkeurigheden. Hoe dan ook, het belangrijkste gegeven is dat er meerdere leeuwen op Rosendael waren. Ruim 130 jaar voordat Kampen zijn leeuwen ontving uit Portugal! Vermeldenswaard is nog dat er niet alleen leeuwen huisden op kasteel Rosendael, maar ook zwarte pauwen, sierzwanen, papegaaien, windhonden. Een hele dierentuin dus. Er zijn echter geen aanwijzingingen gevonden dat het publiek tegen betaling deze dieren kon bekijken, waarmee de ‘dierentuin’ een besloten karakter had (‘privé-dierentuin’).

Berberleeuw, Atlasleeuw of Barbarijse leeuw

Tot slot staan we nog even stil bij de herkomst van deze leeuwen van kasteel Rosendael. Het jaartal, 1342, in het midden van de 14e eeuw, maakt het erg onwaarschijnlijk dat het hier leeuwen uit Sub-Sahara Afrika betreft. De grote geografische ontdekkingen van Portugal en Spanje vonden pas vanaf de tweede helft van de 15e eeuw plaats. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen we dan ook stellen dat deze leeuwen op kasteel Rosendael Berberleeuwen uit Noord-Afrika – Marokko, Algerije, Tunesië – waren. Daar zijn ook andere aanwijzingen voor (zie hieronder.) De Berberleeuw, ook wel Atlasleeuw of Barbarijse leeuw genoemd, is in 1920 uitgestorven.

De dromedaris van de graaf van Holland en de hertogin van Brabant, 1408

Zoals gezegd was het bezit van exotische dieren vooral een statusverhogend bezit voor de machtigen op deze aarde, zelfs in de relatief ‘kleine’ graafschappen en hertogdommen in de Nederlanden. Het schenken van exotische dieren was ook belangrijk om relaties te onderhouden of te versterken. Leeuwen, luipaarden, beren spraken natuurlijk sterk tot de verbeelding en hoewel een kameel of dromedaris minder ‘vorstelijk’ was, stonden deze mediterrane dieren ook hoog in aanzien. In 1408 kreeg graaf Willem VI (r. 1404 – 1417) in zijn Haagse residentie een dromedaris van de vrouwe van Egmond cadeau, die hij weer doorgaf aan de hertogin van Brabant. (Bron: Dick Boer, ‘Dromedaris’, in: Madoc, jaargang 30, nr 4, 2016, pp. 202-203).

Het Hof ten Walle te Gent, 14e – 16e eeuw
Het Hof ten Walle was de residentie van de burggraaf van Gent. Het bekendst is het echter als de geboorteplaats van Karel V (24 februari 1500) en sindsdien de Prinsenhof genoemd.

Het Hof ten Walle of Prinsenhof

Het hof is anno 2017 nagenoeg geheel verdwenen. Op Wikipedia, de moderne encyclopedie voor de internetgebruikers, lezen we hierover dat zich bij het Prinsenhof ook een (thans ontoegankelijke) Leeuwenhof bevond. Dit verwijst naar een dierentuin die hier al in de 14e eeuw bestond. In 1360 doodde een ontsnapte leeuw zelfs drie mensen. Een aantal leeuwen, door de bey van Tunis aan keizer Karel V  geschonken, kwam ook in het Leeuwenhof terecht. De dierentuin bleef bestaan tot in de 17e eeuw. In 1650 werden de gebouwen verkocht aan de Orde van de Ongeschoeide Karmelieten die de dierentuin omvormden tot kloostertuin (zie ook mijn posting van 16 mei 2016 over de hertog van Bourgondië – Filips de Goede – wiens leeuw in Gent werd gehouden).

Maar er is nog meer bekend over het Hof ten Walle. Met name de Gentse onderzoeker Daniël Lievois geeft ons meer informatie over het Hof ten Walle en zijn bewoners, weliswaar in de 16 eeuw, maar op basis van zijn historisch onderzoek komen we tot belangrijke conclusies. Lievois heeft onderzoek gedaan naar het Hof ten Walle en zijn bewoners ten tijde van het leven van Karel V (1500 – 1558) aan de hand van rekeningen van de ontvanger(-generaal) van Oost-Vlaanderen voor bouwwerken en onderhoudswerken aan het Hof ten Walle en het Leeuwenhof, in sommige gevallen van Gentse stadsrekeningen. Deze archiefdocumenten zijn aangevuld met en getoetst aan andere bronnen en archiefdocumenten (vermeld in zijn publicatie). Het mag oninteressant lijken oude rekeningen uit de middeleeuwen na te pluizen, maar Daniël Lievois’ werk toont aan dat achter deze rekeningen veel interessante informatie schuilt.

Daniël Lievois vermeldt op verschillende plaatsen het bestaan van leeuwenhokken en een berenhok of -kooi. Op p.156 heeft hij het over meerdere leeuwen en één beer. Ook op p.174 heeft hij het over meerdere leeuwen en slechts één beer (dit betreft het jaar 1539). Elders noemt hij negen leeuwen en drie linxen (p. 187) en twee papegaaien (p.191). Er is dus in zekere zin sprake van een dierentuin in het Hof ten Walle.

Interessant is zijn vermelding dat in 1514 de voornaamste werkzaamheden betrekking hadden op het Leeuwenhof. “Er werd een nieuwe grote drieledige dennenhouten toegangspoort met een kijkluikje aangebracht. De meester-timmerlieden Joos van Ooteghem en Joos Valkeman werkten herhaaldelijk aan de leeuwenhokken en herstelden de koffers waarin de jonge leeuwen naar keizer Maximiliaan in Innsbruck werden gezonden. Ook madame Marie, de toekomstige Maria van Hongarije, kreeg een zending met leeuwen en een leeuwin toegestuurd, wellicht naar aanleiding van haar vertrek op 2 mei naar Wien ter voorbereiding van haar huwelijk.” (p. 150).

Op p.159 vermeldt hij het uitlaten van de welpen (sic!) uit hun hokken. In 1530 ontsnapte de beer uit zijn kooi (p. 163). In 1547 bestond de inventaris van de dierentuin blijkbaar uit heel wat dieren: “De negen Ieeuwen en de beer hadden het gezelschap van drie lynxen (…)”; ook is er sprake van tenminste twee welpen (p. 187). Met dit laatste is aangetoond dat er zowel leeuwen als leeuwinnen aanwezig waren, maar dit was al eerder gebleken (zie hierboven, p. 150).
(Bron: Daniël Lievois, ‘Het Hof ten Walle te Gent ten tijde van Karel V’, pp. 135 – 191.)

Een leeuw voor de koning van Schotland, 1474
De meest opmerkelijke vondst van Michiel van Wijngaarden is de volgende. Tijdens een speurtocht op de site van het Zeeuws Archief stuitte hij op een zeer interessante bron. Het is een stuk in het archief van de Heren van Veere, 1359-1590 (toegangsnummer 2750). Binnen dit toegangsnummer is inventarisnummer 408 een brief van Hendrik van Borsele, heer van Veere, aan Jacobus III, koning van Schotland, waarin hij hem meedeelt dat hij hem de aan de schipper Hendrik Adriaansz. mee gegeven jonge leeuw schenkt en hem verzekert van zijn vriendschap (1474). Zie de afbeeldingen. Veere had in deze tijd een bloeiende handel met Schotland (o.a. wol) en het was er de Heeren van Veere dus veel aan gelegen om goede betrekkingen te hebben met de koning van Schotland.

Deze vondst is sensationeel! Drie jaar vóór het Kamper raadslid Rotger Scheer in een Zeeuwse haven twee jonge leeuwen ophaalde (1477), kwam in de haven van Veere ook een leeuw aan! Zijn de twee leeuwen van Kampen ook via Veere in de Nederlanden aangekomen? Wellicht met dezelfde Zeeuwse handelaar die handelde met Portugese kooplui. Wie was deze Zeeuwse handelaar en wie waren de Portugese kooplui?

Nog meer leeuwen in het Zeeuws Archief
Niet alleen blijkt het Zeeuws Archief goed gedocumenteerd en georganiseerd, ook zijn de medewerkers van het Zeeuws Archief bereid geweest vragen van ons te beantwoorden en aanvullende informatie te verschaffen. Met name de heer Ivo van Loo bleek over veel kennis te beschikken. Hij liet ons weten dat het bovengenoemde stuk (zie illustraties) ook vermeld is in M. Damen, De staat van dienst. De gewestelijke ambtenaren van Holland en Zeeland in de Bourgondische periode (1425-1482) (Hilversum, 2000), p. 284, noot 43. Hij benadrukte dat bron en publicatie niet eenduidig zijn of de jonge leeuw werd aangeboden aan de Schotse koning Jacobus II of Jacobus III.

Hij had ook nog een verrassing voor ons. “Verder is in dezelfde publicatie op gelijke plaats vermeld dat er al eerder sprake was van leeuwen in Zeeland, in het bijzonder in Veere. In augustus 1469 verbleef Karel de Stoute op Walcheren in verband met zijn huldiging en de toekenning van een nieuwe bede door de Staten van Zeeland. Hij resideerde op Hendrik van Borselens kasteel Zandenburg buiten Veere. De gastheer offreerde Karel een voor deze gelegenheid koninklijk cadeau: een jong leeuwenpaar.” (Bron: email van dhr Ivo van Loo aan ondergetekende d.d. 29 mei 2017).

Een leeuwenpaar! Niet alleen kwam er in 1474 een jonge leeuw in Veere aan, die aan de koning van Schotland werd aangeboden, maar zelfs nóg eerder, in 1469, een leeuwenpaar. De ontvanger was Karel de Stoute, zoon van Filips de Goede en… Isabel van Portugal (sic!). Portugal?! Er kondigt zich hier wellicht een nieuwe onderzoeksterrein aan. Sinds de heerschappij van Filips de Goede (geb. Dijon, 1396 – overl. Brugge, 1467) lag het economische zwaartepunt van het Bourgondische Rijk in de Lage Landen (m.n. Vlaanderen). We komen hier nog op terug, maar nu eerst verder met de leeuwen in Zeeland, Veere!

Filips de Goede (geb. Dijon, 1396 – overl. Brugge, 1467)

Isabel van Portugal, echtgenoot van Filips de Goede (1397 – 1472)

Karel de Stoute, zoon van Filips de Goede en Isabel van Portugal (1433 – 1477)

Kaart van Bourgondië, 1477

 

 

 

 

 

 

 

Zeeland, Veere
Het lijkt er sterk op dat Veere een cruciale rol heeft gespeeld in het vervoer van leeuwen naar de Nederlanden. Onze aanvankelijke inschatting dat vier Zeeuwse havensteden hiervoor in aanmerking komen – Middelburg, Arnemuiden, Zierikzee en Veere – gaf de heer van Loo aanleiding tot het volgende commentaar:

“Zoals u terecht schrijft zijn hiervoor vier havensteden die in aanmerking komen Middelburg, Arnemuiden, Zierikzee en Veere. Zierikzee was een belangrijke haven in de vijftiende en zestiende eeuw, net als Middelburg. Arnemuiden was eigenlijk verreweg de belangrijkste haven, als voorhaven van de Zeeuwse hoofdstad en ankerplaats van de befaamde Walcherse rede. Veere komt echter het meest in aanmerking. Alle gegevens beschouwd, is het niet ondenkbaar dat we niet zozeer aan incidentele handel in leeuwen moeten denken maar aan het bestaan van een menagerie op slot Sandenburg, een zeer belangrijk hof van de Bourgondiërs dat eigendom was van de machtige Zeeuwse edelman Hendrik van Borselen.” Laatstgenoemde, heer van Veere, is degene die aan de koning van Schotland een leeuw aanbood, in 1474 (zie hierboven).

Een collega onderzoeker van de heer van Loo, de kunsthistorica Katie Heyning, is de bron van de volgende belangrijke informatie. Filips de Goede bezat in Hof ten Walle in Gent een leeuwen- en wilde dierenkooi met luipaarden, beren, leeuwen en andere wilde dieren (zie: Walter Prevenier, Prinsen en poorters. Beelden van de laat-middeleeuwse samenleving in de Bourgondische Nederlanden 1384-1530 (Antwerpen, 1998). Dhr van Loo besluit zijn email met een hypothese: “Bewijzen hebben we niet, is het niet aannemelijk dat Hendrik van Borselen ook zo’n tuin bezat? De leeuwen en eventueel andere exotische dieren zouden zeer wel kunnen zijn aangebracht door de intensieve handel met de Zuid-Europese landen Portugal en Spanje. Zeeland met de machtige Walcherse rede was de toegangspoort van Noord-Europa met handelscontacten in alle windstreken.”

Een dierentuin in Veere? Wie weet. We verplaatsen ons onderzoek de komende tijd naar Walcheren, naar het Zeeuws Archief in Middelburg en met name de archieven van Veere.
Alleen al het oud-archief van Veere bevat 330 meter archief van de Heren van Borsele van Veere!

We melden verdere voortgang en ontdekkingen in de komende maanden op dit blog.

Wordt vervolgd.

Geplaatst in 1342, 1360, 1408, 1423, 1434, 1469, 1474, 1477, 1483, 1492, 14e eeuw, 1500, 1514, 1530, 1547, 1558, 1560, 1574, 1580, 15e eeuw, 1650, 1673, 16e eeuw, 1818, 2016, 2017, Aafje Groustra, Algerije, Arnemuiden, Arnhem, Atlasleeuw, Barbarijse leeuw, Berberleeuw, beren, Borsele, Bourgondische Nederlanden, Brabant, Brugge, Burger's Zoo, Columbus, Daniël Lievois, de Bey van Tunis, De Staten van Zeeland, Dick Boer, Dijon, dromedaris, exotische dieren, Filips de Goede, Gelderland, Gent, Gerard van Hasselt, geschiedenis van Middelburg, Graaf Willem VI, heer van Veere, Heeren van Veere, Hendrik Adriaansz., Hendrik van Borsele, Hennie Bremer, Heren van Veere, Hertog van Bourgondie, Hertog van Gelre, Hilversum, Hof ten Walle, Holland, Innsbruck, Isabel van Portugal, Ivo van Loo, Jacobus II, Jacobus III, Joos van Ooteghem, Jos Valkeman, Kampen, Karel de Stoute, Karel V, Kasteel Rosendael, Katie Heyning, keizer Maximiliaan, Lage Landen, Lübeck, Leeuwen, Leeuwenhof, leeuwenverzorger, Lissabon, luipaarden, lynxen, M. Damen, Madoc, Maria van Hongarije, Marokko, Michiel van Wijngaarden, Middelburg, Middeleeuwen, Nederlanden, Noordelijke Nederlanden, Ongeschoeide Karmelieten, ontdekkingsreizen, Oost-Vlaanderen, papagaaien, Portugal, Prinsenhof, Reinoud II, Roozendaal, Rosendael, Rotger Scheer, Sandenburg, Schotland, Stadsarchief Kampen, Tunesie, Tunis, Veere, Vlaanderen, Walcheren, Walter Prevenier, Wenen, Wien, Wikipedia, Zandenburg, Zeeland, Zeeuws Archief, Zierikzee, Zuidelijke Nederlanden, Zutphen | Een reactie plaatsen

Tweede ‘blog’-verjaardag: terugblik en vooruitblik

Dit blog bestaat vandaag twee jaar. Een goede reden om even stil te staan bij de huidige stand van zaken en de schijnwerpers te richten op de vooruitzichten en plannen, zoals ik dit ook heb gedaan bij gelegenheid van de eerste verjaardag.

De voormalige Van Heutszkazerne in Kampen

De voormalige Van Heutszkazerne in Kampen

De afgelopen maanden waren rustig wat betreft onderzoek, onder meer omdat het Stadsarchief (tijdelijk) gesloten was wegens de verhuizing van de Molenstraat naar de Stadskazerne, de voormalige Van Heutszkazerne, aan het Van Heutszplein. Binnenkort, medio september, gaat het Stadsarchief weer open voor het publiek. Ik verheug me erop. Tijdens de sluitingsperiode was het nog steeds mogelijk onderzoek te blijven doen, want veel materiaal is digitaal beschikbaar en online te raadplegen. Maar rechtstreeks contact met medewerkers van het Stadsarchief is naast prettig ook nuttig. Zij zijn waardevolle bronnen van informatie, met name Otto Ottens, André Troost en Michiel van Wijngaarden, die mij in het verleden grote diensten hebben bewezen met hun adviezen en assistentie en – met name Michiel – het ‘vertaalwerk’, het omzetten van de middeleeuwse teksten in begrijpelijk, hedendaags Nederlands. Belangrijke historische documenten zijn met behulp van Michiel ontsloten en nu, via dit blog, voor iedereen toegankelijk.

Ik verwijs kortheidshalve naar de betreffende afleveringen van dit blog voor meer informatie over de drie belangrijkste onderwerpen: (1) de reis in 1477 van raadslid Rotger Scheer naar Zeeland om twee leeuwen, die aan Kampen (‘Campen’) waren geschonken, op te halen, (2) de aanstelling van een leeuwenverzorger, Jacop Johanszoon, in 1483 en (3) de schenking van twee leeuwen door ‘Campen’ aan mede-Hanzestad Lübeck, eveneens in 1483. Ik kwam tot drie bijzondere conclusies, maar er ontstonden ook weer nieuwe vragen.

De Leeuwentoren in Kampen, rond 1470 gebouwd.

De Leeuwentoren in Kampen, rond 1470 gebouwd.

De eerste belangrijke conclusie was dat de huisvesting van de leeuwen in de zogenoemde Leeuwentoren in het middeleeuwse Kampen vanaf 1477 en de mogelijkheid deze exotische dieren daar te bewonderen, betekenen dat Kampen waarschijnlijk de eerste publieke dierentuin in de Noordelijke Nederlanden bezat. De (thans) oudste openbare dierentuin van Nederland is zoals we weten Artis (opgericht in 1838), maar deze was dus niet de eerste. Die was in Kampen, in de late middeleeuwen.
De tweede conclusie is niet minder belangrijk. In 1483 produceerde het leeuwenpaar in de Leeuwentoren nageslacht. Het was in zoverre ik heb kunnen nagaan de eerste keer dat er in de Nederlanden leeuwen in gevangenschap werden geboren, waarschijnlijk een unicum in heel Noord-West Europa!
De derde conclusie, tenslotte, is even interessant als de voorgaande twee. De twee leeuwen die Hanzestad Lübeck in 1483 van ‘Campen’ kreeg, waren leeuwenwelpen die in dat jaar in Kampen waren geboren. Niet eerder is dit geconcludeerd en daarmee is dit een belangrijke historische ‘ontdekking’.

Tijdens mijn speurtocht in het Stadsarchief in het afgelopen jaar ontstonden ook weer nieuwe onderzoeksvragen. Ik noem hier de – voorlopig – drie belangrijkste vragen.

Allereerst blijft de hoofdvraag waarmee ik dit blog startte nog steeds onbeantwoord: Waar kwamen de leeuwen die ‘Campen’ in 1477 van Portugese vrienden kreeg vandaan? Het vermoeden wordt steeds sterker dat zij uit Noord-West Afrika of het savannegebied van West-Afrika kwamen. Ik kom hier vanzelfsprekend in volgende afleveringen van dit blog op terug.

Ten tweede, in welke stad in Zeeland haalde Rotger Scheer in 1477 de twee (vermoedelijk jonge) leeuwen op? Wellicht dat indien we deze haven- en handelsplaats kunnen identificeren we ook iets kunnen zeggen over haar handelsrelaties met Portugal. Daarmee komen we misschien iets dichter bij het antwoord op de vraag over de herkomst van de twee geschonken leeuwen.

Ten derde en tot slot, op het eerste gezicht is er een discrepantie tussen de datum van de bedankbrief van de stad Lübeck aan Kampen, voor de ontvangen leeuwen, en de datum van het contract met leeuwenverzorger Jacop Johanszoon (zie de betreffende aflevering van dit blog, laatste alinea’s). Ook dit zal in de komende tijd worden onderzocht, zodra het Stadsarchief weer haar deuren opent.

Voor ik deze aflevering van dit blog afsluit wil ik iets meer zeggen over de tweede hierboven genoemde vraag. Waar haalde Rotger Scheer in 1477 de leeuwen op? Als werkhypothese heb ik aangenomen dat vier steden in Zeeland hiervoor in aanmerking komen. Het zijn ArnemuidenMiddelburg, Veere en Zierikzee, de belangrijkste Zeeuwse handelssteden in die tijd. Op deze steden zal het onderzoek zich de komende tijd richten. Het is van belang hierbij in het achterhoofd te houden dat Middelburg als enige van deze vier steden niet over een eigen haven beschikte.

Vroege kaart van Zeeland door Jacob van Deventer (ong. 1560)

Vroege kaart van Zeeland door Jacob van Deventer (ong. 1560)

De afgelopen zomer heb ik benut voor een (eerste) bezoek aan Middelburg. De aanleiding was de expositie in het Zeeuws Archief over de slavenhandel door de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC), een tentoonstelling die ik de lezer(es) overigens kan aanraden om te bezoeken voordat zij sluit, het komend najaar.  Het bezoek aan het Zeeuws Archief, het ook zeer de moeite van een bezoek waard Zeeuws Museum, en de fraaie Middeleeuwse stad Middelburg – helaas in mei 1940 gebombardeerd en grotendeels verwoest – leverden de volgende nieuwe bronnen van informatie en belangrijke contacten op.

De economisch historicus W.S. Unger heeft erg belangrijk werk op zijn naam staan. Niet alleen zijn bijdragen over de Nederlandse rol in de slavenhandel – een van meest beschamende zo niet de afschuwelijkste bladzijde in de Nederlandse geschiedenis – zijn zeer de moeite van het lezen waard. Hij heeft ook onschatbaar veel en goed werk gedaan met zijn bewerking van oorspronkelijk archiefmateriaal – helaas verloren gegaan bij hoger genoemd bombardement – inzake de geschiedenis van Middelburg, 1217 – 1574. De Zeeuwse historicus H.M. Kesteloo is een tweede bron van waardevolle informatie, met name de door hem gepubliceerde middeleeuwse stadsrekeningen van Middelburg. Een derde belangrijke bron vormen de archieven van de Rekenkamer van Zeeland.

Bovenstaande bronnen en inzichten dank ik aan mevrouw Anneke van Waarden, werkzaam bij het Zeeuws Archief. Ik hoop in de toekomst de contacten met haar te intensiveren, en met haar collega Ivo van Loo, die veel onderzoek heeft gedaan in de archieven van de Rekenkamer van Zeeland en er goed de weg in weet. Wie weet kan ik over een jaar – of eerder – op deze plaats rapporteren dat ik weer een stapje verder heb gezet in mijn onderzoek en erachter ben gekomen waarheen Rotger Scheer in 1477 reisde om er ‘de leeuwen van Campen’ op te halen, hoe deze ‘wilde dieren’ in Zeeland waren beland en de reden(en) waarom ‘Campen’ ze van Portugese ‘vrienden’ had gekregen.

Leeuw

Geplaatst in 1217, 1477, 1483, 1560, 1574, 1580, 1838, André Troost, Anneke van Waarden, Arnemuiden, Artis, Campen, eerste in gevangenschap in Nederland geboren leeuwen, Eerste publieke dierentuin van Nederland, geschiedenis van Middelburg, H.M. Kesteloo, Hanze, Hanzestad, Hanzeverbond, Ivo van Loo, Jacob van Deventer, Jacop Johanssoen, Jacop Johanszoon, Kampen, Lage Landen, Lübeck, Leeuwen, Leeuwentoren, Lissabon, MCC, Michiel van Wijngaarden, Middelburg, Middelburgse Commercie Compagnie, Middeleeuwen, Nederlanden, Noord-West Afrika, Noordelijke Nederlanden, Noordwest Europa, Otto Ottens, Oudste publieke dierentuin van Nederland, Portugal, Rekenkamer van Zeeland, Rotger Scheer, Sahel, slavenhandel, Stadsarchief Kampen, Stadskazerne, Van Heutsz, Van Heutszkazerne, Van Heutszplein, Veere, W.S. Unger, West-Afrika, Westelijk Sahara, Zeeland, Zierikzee, Zuidelijke Nederlanden | 2 reacties

Kampen schenkt twee jonge leeuwen aan Lübeck in 1483

Hoe uitzonderlijk waren de leeuwen in Kampen in de 15de eeuw?  

Om deze vraag te beantwoorden moeten we ver in de geschiedenis teruggaan. Het Romeinse Rijk bestreek al voor het begin van de christelijke jaartelling delen van Afrika en Azië. Exotische dieren uit deze gebieden zoals apen, giraffen, nijlpaarden, olifanten, leeuwen en tijgers werden naar Rome gebracht voor het vermaak, om indruk te maken of als lastdier gebruikt.

De Portugese en Spaanse ontdekkingsreizen in de 15de eeuw brachten een nieuwe aanvoer van exotische dieren met zich mee. Machthebbers schiepen er een genoegen in hun macht en rijkdom te tonen via het bezit van exotische dieren en ‘wilde beesten’. Zo had de paus in het Vaticaan papegaaien. De hertog van Bourgogne – een zelfstandig gebied binnen het Koninkrijk Frankrijk in de middeleeuwen – bezat een luipaard, een leeuw, kamelen en dromedarissen, zoals ook andere Franse hertogen exotische, zeldzame of wilde dieren hadden, evenals de ongelukkige koning van Frankrijk in die tijd, Lodewijk XI (1461-1483). Laatstgenoemde was waarschijnlijk in zijn tijd de grootste en wreedste ‘verzamelaar’ van exotische en wilde beesten.

De XVII provincies van de Nederlanden (‘Lage landen’) vóór de afscheiding van de zeven noordelijke provincies

Even terzijde, maar niet onbelangrijk: de leeuw van de hertog van Bourgogne werd gehouden in Gent (hierover meer in een later bericht). Het wordt wel eens vergeten dat Gent tot het midden van de 16e eeuw en van de belangrijkste steden van de Nederlanden was en een van de grootste in Noordwest Europa. Strikt genomen was er aan het einde van de 15e eeuw nog geen sprake van Noordelijke en/of Zuidelijke Nederlanden. Dat onderscheid ontstond pas nadat de zeven noordelijke provincies de Spaans-Habsburgse koning Filips II hadden afgezworen en zich hadden afgescheiden (in 1581 met het Plakkaat van Verlatinghe).
Bron van het voorafgaande: ‘Des animaux pour un roi mourant : Louis XI et les Hanséates de 1479 à 1483’, door Werner Paravicini, in: Commerce, Finances et Société (XIe – XVIe siècles). Recueil de travaux d’Histoire médiévale offert à M. Le Professeur Henri Dubois. Textes réunies par Ph. Contamine, Th. Dutour et B. Schnerb (Cultures et civilisations médiévales, 9). Paris, 1993, p. 101-121; geraadpleegd in Stadsarchief Kampen, en met dank aan Jaap van Gelderen voor de bronvermelding.

Om terug te komen op de vraag in de aanhef: ‘hoe uitzonderlijk waren leeuwen in Kampen eind 15e eeuw?’, er waren dus elders in Europa ook leeuwen (naar het schijnt ook in Londen – in dezelfde bron als hiervoor genoemd). Kampen had er echter twee, in de andere gevallen was het altijd maar één exemplaar. Bovendien betrof het in Kampen een leeuw en een leeuwin die – zoals we in de voorgaande aflevering hebben gezien – voor nakomelingen hebben gezorgd. In de loop van 1483 huisden er dus zelfs vier leeuwen in de Leeuwentoren aan de IJsselkade!

Nog een ander verschil tussen de leeuwen in Kampen en de leeuwen elders was dat de leeuwen in Kampen publiek bezit waren, van de stad Kampen, terwijl de andere leeuwen particulier eigendom waren.

Leeuwen als prestigieus relatiegeschenk

Hiervoor, in de aflevering ‘De schenking van twee leeuwen aan de stad Campen in 1477’ hebben we gezien dat het ‘bijzondere vrienden’ in Lissabon waren die de leeuwen (welpen) hadden geschonken. In alle literatuur die ik over dit onderwerp heb geraadpleegd wordt steevast gesproken over Portugese kooplui, ik heb dit echter nergens in een originele bron aangetroffen. De veronderstelling is steeds dat Portugese kooplui de leeuwen schonken om Kampen, een van de machtigste handelssteden van de Nederlanden (het ‘Rotterdam’ van de Middeleeuwen) gunstig te stemmen.

Portugal was in het midden van de 15e eeuw een van de belangrijkste Europese handelsnaties en dat belang nam nog toe door de expansie zuidwaarts, richting Afrika. Maar Portugal was er ook op uit zijn handelsbelangen uit te breiden in noordelijke richting. Kampen bereikte zijn grootste roem in de 13e en 14e eeuw, maar in de tweede helft van de 15e eeuw was de stad nog steeds een van de leidende handelssteden van West-Europa, en bekend van Riga tot Lissabon. Om deze reden is het niet verwonderlijk dat Portugese ‘vrienden’ Kampen hadden uitverkoren met het cadeau van de twee leeuwen, een handelsgeschenk dus. Kamper kooplui waren ook geen onbekende in de haven van Lissabon. In de periode 1438-1458 duikt met zekere regelmaat de Kamper koopman Gyse van Wollen op in Lissabon (bron: Stadsarchief Kampen). Pas veel later, in de 16e eeuw zal een Kamper handelshuis zich in Lissabon vestigen. Het gaat hier om het bekende handelshuis Kuinredorff. Maar misschien is de vestiging van de firma Kuinredorff in Lissabon wel een teken dat de investering van de Portugese ‘vrienden’ geslaagd was?!

In de loop van de 15e eeuw ging het minder met de economie van Kampen, zeker in vergelijking met de voorgaande eeuwen. Vanaf 1430 verzandde de IJssel waardoor de scheepvaart en daarmee ook de handel achteruit ging. Kampen zocht op zijn beurt naar nieuwe stimulansen voor zijn handel. In deze tijd was Lübeck de machtigste Duitse en Oostzeestad van het Hanzeverbond. Wat is logischer dan dat Kampen deze belangrijke stad wilde paaien met een handelgeschenk dat in de tijdgeest paste, twee exotische dieren: twee leeuwen?

De schenking van twee leeuwen van de stad Campen aan Lübeck

Helaas zijn geen documenten bekend over de schenking van de twee jonge leeuwen zelf door het stadsbestuur van Kampen aan Lübeck. We kunnen hier alleen over speculeren. Wel is door het stadsbestuur van Lübeck bevestigd dat deze leeuwen zijn aangekomen. De Leidse onderzoekster Dr. J.J. (Justyna) Wubs-Mrozewicz, gespecialiseerd in Middeleeuwse geschiedenis en met name het Hanze-verbond, vond bij toeval in het archief van de stad Lübeck een dankbrief van het stadsbestuur van Lübeck aan Kampen, uit 1483, waarbij Lübeck de goede ontvangst van twee jonge leeuwen uit Kampen bevestigt. Dr. Wubs-Mrozewicz , als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Leiden, was zo vriendelijk een kopie van deze dankbrief met mij te willen delen waarvoor ik haar bij deze dank zeg.

Hieronder de brief van Lübeck aan Kampen, gevolgd door de transcriptie en de vertaling in hedendaags Nederlands. De transcriptie is, zoals in voorgaande gevallen, van de hand van historicus en Hanze-deskundige Michiel van Wijngaarden. De omzetting in begrijpelijk Nederlands is, zoals voorheen, in gezamenlijk overleg tot stand gekomen.

Dankbrief van de stad Lübeck aan de stad Kampen voor de ontvangst van twee levende leeuwen 1483

Dankbrief van de stad Lübeck aan de stad Kampen voor de ontvangst van twee leeuwen 1483 Bron: Archive in Lübeck, ASA Externa Batavica nr. 0815

De transcriptie luidt als volgt:

1An den raidt
to Campen

2Ersamen wisen heren besunderen guden vrunde, wij hebben bij van
Johann Kock iuweren deurebringeren desses breves eyn par jungeren
leuwen na iuwen schriften dar bij gesant gutliken entfangen ???
uns van iuw toe vruntliken ghifte unde gave mit iuwen schick bijschriften hyr-
in unse stads avergesant geschicket unde schenket ? gutliken
entfangen unde to sundergenen dancknamigen willen entfangen, iuwen
ersamheiden dar vor gans hoichliken vruntliken unde gutliken
dar vor bedanckende, willen ock ensodanes wor wij konnen unde mogen
na gebore will umme iuwe ersamheiden gade deme heren in vroliker
welvartt bevalen, unde de iuwen vruntliken erkennen unde vorschulden
screven des sonnavendes in der Pasche3 weken anno etc. LXXXIII4

Borgermestere unde raide
der stadt Lubeke

1 In de linkermarge: den Stadt Campen gesandt an Lubeck. 2 junge Löwen 1483.
2 In de linkermarge: Post scriptum.
3 Zaterdagavond na Pasen.
4 5 april 1483 (Pasen viel op 30 maart, zaterdagavond na Pasen is 5 april).

NB: Deze transcriptie betreft een werkversie die nog veranderingen kan ondergaan.

Dan de omzetting in meer begrijpelijk Nederlands. Hierbij zijn wij vanzelfsprekend zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst – zonder leestekens die een tekst doorgaans gemakkelijker doen lezen – gebleven. Het leek ons onvermijdelijk en ook wenselijk de vertaling met enige creativiteit uit te voeren. Opvallend is weer de grote omhaal van woorden en de herhaling in de oorspronkelijk brief.

Aan de raad van Campen

Eerzame wijze heren bijzonder goede vrienden, wij hebben van Johann Kock uw boodschapper en brenger van deze brief een paar jonge leeuwen door u zo vriendelijk aan onze stad geschonken met uw begeleidend schrijven goed en met dank ontvangen. Wij willen u eerzamen zeer vriendelijk en goed daarvoor bedanken en veel voorspoed in de toekomst wensen en u dit te kennen geven, aldus opgeschreven op deze zaterdagavond na Pasen anno 83

Burgemeester en raad
van de stad Lübeck

De oorspronkelijke tekst bleek uiterst moeilijk om te zetten in hedendaags Nederlands en Michiel en ondergetekende hebben enigszins de vrije hand gehanteerd bij de ‘vertaling’. Uiteindelijk is de centrale boodschap kort: de twee jonge leeuwen zijn goed aangekomen, waarvoor dank.

Kommentaar

Het meest in het oog springende onderdeel van deze dankbrief is de datum: 5 april 1483. Immers, indien we teruggaan naar de aanstellingsbrief van Jacop Johanszoon: zijn aanstelling als leeuwenverzorger ging in per 14 april 1483. Hoe zijn deze twee data met elkaar in overeenstemming te brengen? Blijkbaar zijn niet alleen de leeuwen die Kampen in 1477 uit Portugal kreeg omgeven met mysteries, ook de leeuwen die Lübeck in 1483 van Kampen kreeg hebben hun geheimen. Daarover een volgende keer meer.

Ik besluit deze aflevering met informatie die ik kreeg van Carin Koopman uit Kampen, voorzitter van de Stichting CultuurZIEN:

‘De Lübecker leeuwen zijn na hun dood opgezet en hebben tot in de tweede wereldoorlog in het Raadhuis van Lübeck gestaan. Toen zijn zij samen met het Raadhuis tijdens een bombardement in vlammen opgegaan.’
(Bron: correspondentie met Carin Koopman, 11 november 2015). Leeuw

 

Geplaatst in 1477, 1483, Afrika, Bourgogne, Campen, Carin Koopman, CultuurZIEN, Frankrijk, Geen categorie, Gent, Gyse van Wollen, Hanze, Hanzestad, Hanzeverbond, IJsselkade, J.J. Wubs-Mrozewicz, Jaap van Gelderen, Jacop Johanszoon, Kampen, Koning Filips II, Koning Lodewijk XI, Kuinredorff, Lübeck, Leeuwen, Leeuwentoren, Lissabon, Louis XI, Michiel van Wijngaarden, Middeleeuwen, Nederlanden, Noordelijke Nederlanden, Noordwest Europa, ontdekkingsreizen, Paravicini, Paus, Plakkaat van Verlaetinghe, Portugal, Riga, Romeinse Rijk, Rotterdam, Stadsarchief Kampen, Universiteit van Leiden, Vaticaan, Zuidelijke Nederlanden | Een reactie plaatsen

De aanstelling van een leeuwenverzorger in 1483

De vorige keer heb ik geschreven over de succesvolle verificatie van de kern waarom het verhaal van de leeuwen van Kampen draait: ‘de schenking van twee leeuwen aan de stad Campen door ‘vrienden’ in Lissabon in 1477’. Dit gebeurde aan de hand van een brief uit 1477. Ik eindigde deze aflevering met twee vragen: zijn de leeuwen werkelijk in Kampen aangekomen, en wat is er verder met deze ‘wilde beesten’ gebeurd? Daarover gaat deze aflevering.

IMG_0072Wéér dook ik in de rijke archieven van het Stadsarchief, op zoek naar documenten die mij meer zouden vertellen over de twee leeuwen die naar Kampen kwamen. En wéér kreeg ik steun van archiefmedewerkers, getuige de foto hiernaast. Mijn dank weer aan hen: gemeentearchivaris Margreet Vink-Bos, Otto Ottens en Michiel van Wijngaarden (van links naar rechts).

In diverse publicaties over de middeleeuwse geschiedenis van Kampen is te lezen dat het stadsbestuur een leeuwenbewaarder, of leeuwenverzorger, had aangesteld. Ik was natuurlijk benieuwd of hierover nog een oorspronkelijk document in het archief te vinden zou zijn. Immers, een overtuigender bewijs dat de leeuwen ook werkelijk in Kampen waren aangekomen is moeilijk voor te stellen, naast natuurlijk het feit dat de leeuwen waren gehuisvest in een van de torens in de middeleeuwse stadsmuur van Kampen die daarom de naam ‘Leeuwentoren’ kreeg, en die in 1673 is gesloopt.

Het Stadsarchief Kampen is buitengewoon goed georganiseerd en gedocumenteerd. Eén van de bronnen die rept over de aanstelling van een leeuwenbewaarder of leeuwenverzorger is te vinden in het klassieke overzichtswerk van J. Don, gemeente-archivaris, ‘De Archieven der Gemeente Kampen’ (Deel 1: ‘Het Oud-Archief’, p.2). Met behulp van het in genoemde bron vermelde inventarisnummer 11 werd het oorspronkelijke document gevonden in de stadsarchieven. Eureka!!

SAM_8697

De historicus Michiel van Wijngaarden, die ook een sleutelrol vervulde bij het ontcijferen van de brief van 1477, zorgde weer voor de omzetting van het Middeleeuwse Nederlands in een transcriptie. Samen hebben we vervolgens deze transcriptie omgezet in begrijpelijk Nederlands. Er kwam een verrassend resultaat uit, maar dat zal ik niet meteen verklappen.

SAM_8696

Het is altijd indrukwekkend om een document in handen te hebben dat meer dan 500 jaar oud is! Dit document dateert van 1483 (!) en beschrijft het besluit van het stadsbestuur van Campen om een leeuwenbewaarder aan te stellen die de zorg op zich neemt voor de twee leeuwen, tegen betaling. In de rechterbovenhoek van het document kunnen we ‘Leo’ lezen. Het document is gedateerd 14 april 1483.

De transcriptie zoals opgesteld door Michiel van Wijngaarden volgt hier:

Folio LXV

Lewenwaerd1     1 Rechts in de marge staat leo.

Jacop Johanssoen die wachter heft angenoemen der stat twee olde lewen toe besorgen eten ende drinken over wachte ende waeringe toe doene op syne cost een jair lang ingaende int jair ons Heren MCCCCLXXXIII toe middes april als Tiburcij ende Valeriani Ende dairtoe heft hy angenomen alle die jonge lewen die sie bynnen den jaer krigemogen, die te besorgen als vander olden lewen voirscreven is ter tijt toe sie die stat verschenkeof vereren wil. Item soe sal Jacop voirscreven vander stat dair voir hebben syne cledinge als hie nu en deel jaeren vander stat gehat heft
Item soe sal hem die stat gonnen toe weyden op Soeveningen also voele schape als hy behoeft totten lewen voirscreven toe voeden tot honderde toe ende niet meer Ende op den Grient soe voele hoerne beeste als hi dair toe behoeft tot X of XII toe ende niet meer sonder berngelt mer hy sal den weydemeisters toe kennen geven als hy de schape ende beeste voirscreven op Soeveningen ende den Grient brengen wil
Item soe sal die stat Jacop voirscreven an gelde geven LXXIII Rijnsche gulden XX wit stuver voir den gulden welcke LXXIII Rijnsche gulden die stat Jacop voirscreven uutreyken sal int beghyn vander jaer om sich toe versien van beesten die hem noet synneIn vorwerden storven die lewen offt ene van hem bynnen den jaer voirscreven soe sal Jacop dat gelt der stat weder geven na beloep der tijt ende gelegenheit der saeks
Item dat dringgelt dat vander jongen lewen komet als die verschenct worden wil die Raet an sick holden toe wenden ende toe kieren dairt hem gelievet

Bron: Oud Archief 0001, inv.nr. 11, “Liber Diversorum”. Deel C 1399-1553 (ook genoemd Foliant I), Stadsarchief Kampen. Document getraceerd 1 oktober 2015.

Zoals we hierboven zien hebben middeleeuwse teksten weinig tot geen leestekens, wat het lezen voor ons, moderne Nederlanders, niet vergemakkelijkt. Gelukkig zijn er nog historici zoals Michiel van Wijngaarden die dit wel kunnen lezen. Wie in deze laatste zin een pleidooi leest om de universitaire studierichting ‘Geschiedenis van de Middeleeuwen’ in Nederland te behouden, heeft mij helemaal begrepen!

Dan nu de tekst in begrijpelijk Nederlands:

Leeuwenbewaarder – rechts in de marge staat: leo

De wachter Jacop Johanszoon heeft het werk aangenomen om de twee oude leeuwen van de stad te voorzien van eten en drinken gedurende het houden van de wacht. Dit werk zal Jacop op eigen kosten een jaar uitvoeren, ingaande op 14 april 1483.
Jacop heeft ook de taak aangenomen alle jonge leeuwen die binnen dat jaar worden geboren te zullen verzorgen zoals de oude leeuwen, tot de stad ze wil weggeven. Jacop zal van de stad zijn kleding krijgen, zoals hij nu en in het verleden ook van de stad heeft gekregen.
De stad verleent Jacop toestemming op Seveningen zoveel schapen te weiden als hij nodig heeft om de leeuwen te voeden, tot een maximum van honderd.
Daarnaast geeft de stad hem toestemming op de Grient zoveel hoornvee te weiden als hij nodig heeft, tot een maximum van 10 of 12 en niet meer – vrijgesteld van het betalen voor brandmerken – maar hij zal de weidemeesters te kennen geven wanneer hij de schapen en beesten naar Seveningen en de Grient wil brengen.
De stad zal Jacop in het begin van het jaar 73 Rijnsche guldens (20 witte stuivers voor de gulden) geven om de dieren te kunnen kopen die hij nodig heeft.
In het geval dat de leeuwen, of een van de leeuwen, binnen het lopende jaar sterven, dan zal Jacop het geld teruggeven aan de stad, na verloop van tijd en als hij daartoe in de gelegenheid is.
Het drinkgeld dat de weggegeven jonge leeuwen oplevert, wil de raad houden om naar eigen wens te gebruiken voor het bestuur van de stad.

Gezicht op de stad Kampen vanaf Scheveningen. Staalgravure door A.Fesca naar L. Rohbock. Uit: Terwen, 'Koningrijk der Nederlanden', ca. 1860

Gezicht op de stad Kampen vanaf Seveningen. Staalgravure door A. Fesca naar L. Rohbock. Uit: Terwen, ‘Koninkrijk der Nederlanden’, ca. 1860

Seveningen en de Grient
Voor de lezers die niet erg bekend zijn met de lokale situatie een korte toelichting. Het voormalige eiland Seveningen is onderdeel van het Kampereiland en ligt op de rechteroever van de IJssel. Het ligt schuin tegenover de O.L. Vrouwe- of Buitenkerk van Kampen (rechts in beeld, zie illustratie), op de linkeroever gelegen. In de tijd van Jacop Johanszoon graasde op Seveningen vee. In de zeventiende eeuw stonden er galgen. Het galgenveld stond bekend als ‘Seveningen’. Het is nu een recreatiegebied met campings en een haventje waar pleziervaartuigen dobberen. Het ‘strandje van Seveningen’ is in warme zomers een geliefd toevluchtsoord voor jongeren die verkoeling bij het water zoeken of een duik in de IJssel willen wagen.
De Grient, of Griend, was (een deel van) de voormalige stadsweide, ten noordoosten van Brunnepe – een vissersdorp dat tegenwoordig deel uitmaakt van de gemeente Kampen. Het gebied was als Haegeninher Grynt in 1364 door bisschop Jan van Arkel aan de stad geschonken.

Terug naar het document van 1483, naar Jacop Johanszoon en de leeuwen.

De betekenis van het hierboven beschreven document is niet gering. Het allereerste dat opvalt is dat er gesproken wordt over jonge leeuwen die mogelijkerwijs binnen een jaar geboren zullen worden. Dit houdt in dat de twee leeuwen die Kampen in 1477 van Portugese ‘vrienden’ kreeg niet twee (mannetjes)leeuwen of twee leeuwinnen waren, maar een (mannetjes)leeuw en een leeuwin. Immers, anders neemt men niet een bepaling op over jonge leeuwen die binnen een jaar worden geboren!

Het is heel aannemelijk dat de leeuwen die Kampen in 1477 kreeg welpen waren, jonge leeuwen. Men verscheept geen grote, volwassen leeuwen vanuit Afrika naar Portugal en vervolgens naar de Noordelijke Nederlanden, waar ze nog een tocht van Zeeland naar Kampen moesten maken. Om praktische redenen zullen het jonge leeuwen geweest zijn.

De zoogtijd van leeuwen is acht maanden. De leeuwen die Kampen aan het einde van het jaar 1477 bereikten – na oktober 1477 om precies te zijn – zullen dus naar alle waarschijnlijkheid ouder dan acht maanden geweest zijn. We kunnen hun leeftijd met een gerust hart inschatten op ongeveer een jaar. Verder, een leeuw is na vijf jaar volgroeid. Gebaseerd op de natuurlijke ontwikkeling van deze ‘wilde dieren’ mogen we concluderen dat de leeuwen in de Leeuwentoren in Kampen in 1483 volwassen leeuwen waren die, in principe, in staat waren om voor nakomelingen te zorgen. Wellicht was de leeuwin in de Leeuwentoren ten tijde van de overeenkomst die met Jacop Johanszoon werd gesloten zelfs al drachtig, maar voor deze, niet onaannemelijke, veronderstelling bestaat geen hard bewijs.

In 1483 schonk de stad Kampen aan de Hanzestad Lübeck twee leeuwen. Hiervan bestaat historische documentatie en daarover gaat de volgende aflevering van dit blog. Het kan niet anders dan dat de aan Lübeck geschonken welpen in Kampen waren geboren uit de leeuwen die de stad in 1477 uit Portugal had gekregen.

Dit is een sensationele conclusie. Allereerst omdat niet eerder zo duidelijk de relatie is aangetoond tussen de leeuwen die Kampen in 1477 uit Portugal kreeg en de leeuwen die Kampen in 1483 aan Lübeck schonk. De tekst van de overeenkomst met Jacop Johanszoon is een belangrijke bron voor deze conclusie. Niet eerder is de oorspronkelijke, middeleeuwse tekst zo gedetailleerd ontleed en bestudeerd.
Bovendien is deze conclusie van groot belang omdat de leeuwen die in 1483 in de Leeuwentoren werden geboren de eerste leeuwen waren die in de Noordelijke Nederlanden in gevangenschap werden geboren, waarschijnlijk zelfs in heel Noord-West Europa. Ik kom hier nog op terug. Dit is een historisch unicum, waar Kampen trots op mag zijn.

De Hanzestad Kampen, 15e eeuw. Het ronde bolwerk rechts is de Leeuwentoren.

De Hanzestad Kampen, 15e eeuw.
Het ronde bolwerk rechts is de Leeuwentoren.

De stad kan trouwens nog een ander unicum claimen. Jacop Johanszoon zorgde voor de exotische dieren, die in de Leeuwentoren werden gehouden en tegen betaling te bezichtigen waren voor het publiek. Kampen pronkte natuurlijk met zijn ‘wilde beesten’. Hiermee had Kampen de eerste publieke dierentuin van de Noordelijke Nederlanden. Carin Koopman, van CultuurZIEN in Kampen, gaf mij deze informatie door en dat onze ‘nationale’ dierentuin Artis dit vermeldt in haar stichtingsboek. Ik heb deze bron nog niet kunnen achterhalen, maar zal zodra dit mij is gelukt, hiervan verslag doen op deze plaats.

Waarschijnlijk hielden de betalingen aan Jacop Johanszoon rond 1500 op, in het Stadsarchief zijn in elk geval geen documenten meer aangetroffen die ernaar verwijzen. Leeuwen in het wild worden normaliter 10 tot 14 jaar oud. In gevangenschap kan een leeuw wel meer dan 20 jaar oud worden. We mogen concluderen dat de leeuwen die Kampen in 1477 kreeg de eeuwwisseling niet hebben gehaald. Hiermee is hún verhaal – voorlopig – ten einde, maar we gaan nu eerst verder met hun nakomelingen in Lübeck.
Leeuw

Geplaatst in 1364, 1477, 1483, 1500, 1860, A. Fesca, Afrika, Artis, Brunnepe, Buitenkerk, Campen, Carin Koopman, CultuurZIEN, Eerste publieke dierentuin van Nederland, Galgeneiland, Griend, Grient, Haegeninher Grynt, Hanzestad, IJsselfront, J. Don, Jacop Johanssoen, Jacop Johanszoon, Jan van Arkel, Jonn van Zuthem, Kampen, Kampereiland, L. Rohbock, Lübeck, Leeuwen, Leeuwentoren, Lissabon, Margreet Vink-Bos, Michiel van Wijngaarden, Middeleeuwen, Noordelijke Nederlanden, O.L. Vrouwe kerk, Onze Lieve Vrouwe kerk, Otto Ottens, Oudste publieke dierentuin van Nederland, Seveningen, Stadsarchief Kampen, Stadsarchivaris, Terwen, Zeeland | Een reactie plaatsen