Terugblik op een jaar onderzoek naar ‘de leeuwen van Kampen’

Dit blog bestaat vandaag precies één jaar. Ik heb in deze periode met veel mensen in Kampen gesproken die veel weten over de geschiedenis van deze Hanzestad, met name – in alfabetische volgorde – Peter Bakker, Jaap van Gelderen, Theo van Mierlo en Kees Schilder. Het afgelopen jaar heb ik ook – met onregelmatige frequentie – het Gemeentearchief van Kampen, sinds kort ‘Stadsarchief Kampen’ geheten, bezocht. Graag maak ik van de gelegenheid gebruik om twee medewerkers van dit archief, André Troost en Otto Ottens, te danken voor hun steun en nuttige tips. Zij weten meer dan wie dan ook wat zich in de archieven bevindt. Zo kreeg ik van André Troost de nuttige tip dat al eerder iemand van buitenaf het archief bezocht voor onderzoek naar de leeuwen van Kampen. Het was – in 1926 (!) – ene meneer W. Renier uit Zeist. Helaas waren mijn naspeuringen naar de aanleiding van zijn onderzoek, de precieze onderzoeksvragen alsmede zijn bevindingen zonder gevolg, maar ik geef niet op en hou dit in gedachten. Dat gaat nu eenmaal zo met onderzoek. Je komt van alles tegen, niet altijd meteen bruikbaar of duidelijk, maar je slaat het in je grijze cellen op, en dan plotseling, op een dag kom je iets anders tegen en verbind je de feiten met elkaar en vallen twee stukjes van de puzzel tegen elkaar. Bingo!

LeeuwJanVanArkelEn dan was er het artikel ‘Lissabon revisited’ van historicus Jaap van Gelderen, dat verscheen in het Historisch tijdschrift voor de IJsseldelta, van de gelijknamige vereniging ‘Jan van Arkel’, genoemd naar de machtige veertiende-eeuwse bisschop van Utrecht (1342 -1364) die een grote rol speelde in de middeleeuwse geschiedenis van Kampen, waar ik in dit verband niet verder op zal ingaan.
Jaap van Gelderen heeft al meer – véél meer – over de handelsbetrekkingen tussen Kampen en Portugal, geschreven. In dit nummer van de Historische vereniging voor de IJsseldelta zoomt hij verder in op de betrekkingen tussen Lissabon en Kampen (Jaargang 39, nummer 4, van december 2014, pp. 3 – 17, zie met name p. 9 e.v.). Ik ga nu niet herhalen wat hij over deze betrekkingen en met name het grote cadeau, de twee ‘lewendige lewen’ heeft geschreven (p. 10). De geïnteresseerde lezer zij naar zijn artikel verwezen maar ik kom hierop in een later stadium terug. Het artikel bevat tal van andere belangwekkende wetenswaardigheden, met name is zijn opmerking dat de leeuwen uit West-Afrika kwamen van belang. Helaas geeft hij niet de bron van deze bevinding aan. Ook is van belang dat hij vermeldt dat Kampen in 1483 twee jonge leeuwen schenkt aan de belangrijke Hanze stad Lübeck. Waren dit jongen van de twee leeuwen die Kampen in 1477 had gekregen van Portugese zakenlui? We weten het niet: wéér een onderzoeksvraag erbij.

KaartWestAfrika1571In 1434 waren de Portugezen voor het eerst voorbij Kaap Bojador gevaren, ter hoogte van de voormalige Spaanse kolonie Westelijke Sahara. Daarvóór durfde men niet voorbij deze kaap te varen, uit angst ‘van de aarde te vallen’. Het was het begin van steeds uitgebreidere ontdekkingsreizen langs Afrika’s kusten. In 1477 waren Portugese ontdekkingsreizigers, handelaren en soldaten al tot het huidige Gabon gekomen, dus ‘onze leeuwen’ – de leeuwen van Kampen – kunnen in principe uit dit gehele gebied komen, van Mauritanië tot Kongo. Kwamen ze uit Senegal? Of kwamen ze uit ‘Sierra Leone’, genoemd naar de bergen die de vorm hadden van leeuwen? Leeuwen komen minder voor in de tropische bossen van de Guinee kust – Guinee-Bissau, het huidige Guinee-Conakry, Sierra Leone en Liberia -, eerder in de Sahel zone die zich, ten zuiden van de Sahara, uitstrekt van Senegal in het westen tot Somalia in het oosten van het grote continent.

Ik deed bij toeval nog een belangrijke ‘ontdekking’. Tijdens een van mijn bezoeken aan de boekhandel Waanders in Zwolle – in die prachtige setting: de voormalige Broerenkerk – viel mijn oog op het niet lang ervoor verschenen boek van Martin Meredith, ‘The Fortunes of Africa’, met de intrigerende subtitel ‘A 5,000-year history of wealth, greed and endeavour’.  Al bladerend las ik dat de handel op de Guineekust lange tijd in handen was van een belangrijke handelaar uit Lissabon, Fernao Gomes. Hij verwierf zelfs in 1469 een monopolie op de handel ten zuiden van de Kaapverdische eilanden – voor de kust van Senegal gelegen – voor een periode van vijf jaar (p. 97). Was hij de handelaar die Kampen twee leeuwen had geschonken in 1477? Ik zal om deze vraag te beantwoorden vermoedelijk naar Lissabon moeten.

Tot slot, de historische documenten, tijdschriften en boeken in het Stadsarchief hebben mij veel informatie verschaft en inzage gegeven in ‘Kampen in het laatste kwart van de vijftiende eeuw (1475-1500)’. Omstreeks 1475 waren de grootste steden van Overijssel: Deventer, Zwolle en Kampen, en hoewel Deventer wellicht belangrijker was dan Kampen in die tijd, was Kampen groter, met een inwonersaantal tussen de 5.000 en 10.000 inwoners (Deventer: 5.000; Zwolle: 4.700 inwoners). Daarover een volgende keer meer.

Leeuw

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in 1434, 1477, 1483, André Troost, Broerenkerk, Deventer, Fernao Gomes, Gabon, Guinee kust, Guinee-Bissau, Guinee-Conakry, Hanzestad, Jaap van Gelderen, Jan van Arkel, Kaap Bojador, Kaap Verdië, Kampen, Kees Schilder, Kongo, Lübeck, Leeuwen, Liberia, Lissabon, Martin Meredith, Mauritanië, ontdekkingsreizen, Otto Ottens, Peter Bakker, Portugal, Sahel, Senegal, Sierra Leone, Somalia, Spaanse kolonie, Stadsarchief Kampen, Theo van Mierlo, W. Renier, Waanders, West-Afrika, Westelijk Sahara, Zeist, Zwolle. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s